ECLI:NL:HR:2004:AO9131
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.L.M. Urlings
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijswaarde van andere geschriften in cassatie strafzaak cocaïnehandel
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van de verkoop van ongeveer 6 kilo cocaïne. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring mede op andere geschriften, waaronder samenvattingen van afgeluisterde telefoongesprekken. Verdachte stelde in cassatie dat deze geschriften slechts als bewijs mochten dienen indien zij ondersteund werden door bewijsmiddelen die geen andere geschriften zijn.
De Hoge Raad verwierp deze stelling en stelde dat de aard van het steunbiedende bewijsmiddel niet bepalend is voor de bewijswaarde van andere geschriften. De enkele omstandigheid dat het steunbiedende bewijsmiddel zelf ook een ander geschrift is, sluit de bewijskracht niet uit. Deze uitleg strookt met de tekst van artikel 344 Sv Pro en het bewijsstelsel dat de feitenrechter ruime beoordelingsvrijheid geeft.
Omdat het middel faalt en er geen andere gronden zijn voor vernietiging, werd het cassatieberoep verworpen. De veroordeling tot dertig maanden gevangenisstraf bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot dertig maanden gevangenisstraf blijft in stand.