ECLI:NL:HR:2004:AO9133
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen uitlevering aan België op grond van overgangsrecht Overleveringswet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam die de uitlevering van een persoon aan België toelaatbaar heeft verklaard. Het verzoek tot uitlevering was ontvangen op 14 augustus 2003, vóór de inwerkingtreding van de Overleveringswet.
De verdediging voerde aan dat sinds 1 januari 2004 het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel van toepassing is en dat de Uitleveringswet en de verdragen niet langer van toepassing zouden zijn. Tevens werd aangevoerd dat het Kaderbesluit geen rechtstreekse werking heeft en dat de Overleveringswet nog niet in werking was getreden.
De Hoge Raad oordeelt dat op grond van artikel 74, vierde lid, van de Overleveringswet het overgangsrecht bepaalt dat voor verzoeken die vóór 12 mei 2004 zijn ontvangen, de Uitleveringswet en de daarvoor geldende verdragen van toepassing blijven. De Rechtbank heeft haar beslissing dan ook op een juiste wettelijke grondslag gebaseerd.
Het cassatieberoep wordt verworpen omdat geen grond bestaat voor vernietiging van de bestreden uitspraak. De uitlevering blijft toelaatbaar op basis van de Uitleveringswet en de toepasselijke verdragen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan België blijft toelaatbaar.