Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Amsterzonian - heeft bij exploot van 23 december 1996 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank te Roermond en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen aan Amsterzonian te betalen een bedrag van ƒ 85.820,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 1995 tot aan de dag van de voldoening.
Nadat [verweerder] niet ter terechtzitting was verschenen, heeft de rechtbank bij verstekvonnis van 27 maart 1997 de vordering toegewezen.
Bij exploot van 15 juli 1997 is [verweerder] tegen voormeld verstekvonnis in verzet gekomen en heeft hij gevorderd hem te ontheffen van de veroordeling bij voormeld verstekvonnis, en Amsterzonian niet-ontvankelijk te verklaren in haar oorspronkelijke vordering, althans haar die vordering te ontzeggen.
Amsterzonian heeft in oppositie de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 26 maart 1998 partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige(n) en over de aan deze te stellen vragen en bij tussenvonnis van 18 juni 1998 [verweerder] tot bewijslevering toegelaten.
Na enquête heeft Amsterzonian haar eis gewijzigd en gevorderd [verweerder] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van ƒ 91.520,--, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 7 november 1995, alsmede tot betaling van een bedrag van ƒ 5.616,-- aan buitengerechtelijke incassokosten.
[Verweerder] heeft zich tegen deze wijziging van eis verzet.
De rechtbank heeft bij rolbeschikking van 22 april 1999 het verzet ongegrond verklaard en de zaak naar de rol verwezen voor voortprocederen.
Bij eindvonnis van 20 januari 2000 heeft de rechtbank haar verstekvonnis van 27 maart 1997 vernietigd en, opnieuw rechtdoende in oppositie, [verweerder] veroordeeld aan Amsterzonian tegen bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 51.543,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 november 1995 tot aan de dag van de voldoening, dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen de vonnissen van 20 januari 2000, 26 maart 1998 en 18 juni 1998 heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 22 januari 2002 heeft het hof beide partijen bewijslevering opgedragen. Na enquête heeft het hof bij eindarrest van 30 januari 2003 de vonnissen waarvan beroep vernietigd, [verweerder] veroordeeld tot betaling aan Amsterzonian van een bedrag van ƒ 11.900,-- ofwel € 5.400,-- met de wettelijke rente hierover met ingang van 7 november 1995 tot aan de dag van de algehele voldoening, de proceskosten gecompenseerd, en dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.