ECLI:NL:HR:2004:AO9555
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens tekortschieten in nakoming dading
In deze civiele zaak vorderden eisers tot cassatie betaling van een bedrag van ƒ 500.000,-- wegens vermeend tekortschieten in de nakoming van een dadingsovereenkomst gesloten op 31 maart 1993. De rechtbank wees de vordering grotendeels af en veroordeelde eisers tot betaling van ƒ 100.000,-- plus wettelijke rente. Tegen deze vonnissen en een tussenvonnis werd hoger beroep ingesteld door beide partijen. Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch bekrachtigde de vonnissen en wees het meer gevorderde af.
Eisers stelden vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eisers in de kosten van het geding in cassatie.
De procedure kenmerkte zich door een deskundigenonderzoek en meerdere tussen- en eindvonnissen. De zaak betrof een complexe civielrechtelijke discussie over de nakoming van een dading en de vaststelling van schadevergoeding. De Hoge Raad bevestigde de eerdere beslissingen zonder inhoudelijke beoordeling van de klachten, waarmee de uitspraak van het hof definitief werd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eisers wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.