ECLI:NL:HR:2004:AP0225
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1991
In deze zaak gaat het om een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1991 die aan belanghebbende is opgelegd. De aanslag bedroeg ƒ 107.403, terwijl de oorspronkelijke aanslag ƒ 104.592 bedroeg. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag, maar dit werd door de Inspecteur gehandhaafd. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het beroep gegrond verklaarde en de navorderingsaanslag vernietigde.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat er onzekerheid bestond over de realisatie van de rechten van belanghebbende uit hoofde van haar tegoed op de ledenrekening van Coöperatie A. Volgens de statuten van A was de vervreemding van aandelen aan voorwaarden gebonden, maar deze beperkten niet de zekerheid omtrent het beloop of de mogelijkheid tot realisatie van de rechten.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof, behoudens de beslissingen omtrent griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.