ECLI:NL:HR:2004:AP1349
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering tot schadevergoeding wegens niet-verzekerde vrachtwagenhuur
In deze zaak stond centraal de vraag of eiser (huurder van een vrachtwagencombinatie) gehouden was om zorg te dragen voor een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering voor de gehuurde combinatie. Verweerder, eigenaar van de combinatie, had schade geleden door een verkeersongeval waarbij de combinatie betrokken was en had het Waarborgfonds Motorverkeer het schadebedrag aan de derde vergoed en dit op verweerder verhaald.
Verweerder stelde dat partijen waren overeengekomen dat eiser de WA-verzekering zou regelen, maar eiser betwistte dit en stelde slechts een casco-verzekering te zullen afsluiten. De rechtbank wees de vordering van verweerder af wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst betreffende de WA-verzekering.
Het hof vernietigde dit oordeel en veroordeelde eiser tot betaling van een deel van de schade, mede op basis van een eigen onderzoek naar de draagplicht van partijen, ondanks dat dit niet in de rechtsstrijd was betrokken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte buiten de rechtsstrijd is getreden door de draagplicht ambtshalve te verdelen en dat het bewijs van de overeenkomst door verweerder niet is geleverd. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank, waarbij de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens het ontbreken van een overeenkomst over de WA-verzekering.