ECLI:NL:HR:2004:AP1368
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Niet-toepassing van termijnverschoonbaarheid bij later ontdekte betonrot in WOZ-waarde
Belanghebbende had de waarde van zijn woning vastgesteld gekregen voor het tijdvak 1997-2000. Medio 2000 werd betonrot ontdekt, waarna belanghebbende op grond van de Wet WOZ een herzieningsverzoek indiende. Dit verzoek werd afgewezen. Het hof oordeelde dat het bezwaar tegen de oorspronkelijke beschikking niet niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens termijnoverschrijding, omdat de betonrot pas kort voor het bezwaar bekend was geworden.
De Hoge Raad stelt echter dat artikel 6:11 Awb Pro alleen ziet op situaties waarin belanghebbende redelijkerwijs niet in staat was tijdig bezwaar te maken. Hier was belanghebbende wel in staat binnen de termijn bezwaar te maken, maar had daartoe geen reden. Een later opgekomen reden kan een termijnoverschrijding niet verschoonbaar maken.
Daarmee vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verklaart het beroep ongegrond. De proceskosten worden niet aan een partij opgelegd. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van termijnen bij bezwaar tegen WOZ-beschikkingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding.