ECLI:NL:HR:2004:AP1382
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over kwalificatie sieraden als kunstvoorwerpen voor omzetbelastingtarief
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die handgesmede voorwerpen van goud en zilver vervaardigt en verkoopt, had over mei 1998 omzetbelasting voldaan tegen het verlaagde tarief voor kunstvoorwerpen. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op, die na bezwaar en beroep bij het hof werd gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de sieraden geen kunstvoorwerpen waren omdat de maker niet als kunstenaar functioneerde en het ging om vakmanschap.
De Hoge Raad stelt dat het hof de maatstaven voor de kwalificatie als kunstvoorwerp onjuist heeft toegepast. Volgens de wet en uitvoeringsbeschikking vallen originele beeldhouwwerken, waaronder ook beeldhouwkunst in de vorm van sieraden, onder het lage tarief, ongeacht de opleiding of reputatie van de maker. De Hoge Raad verwijst naar jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie die een ruime uitleg van de relevante GN-code voorschrijft.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het hof (behoudens het griffierecht) en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van de juiste maatstaven voor kunstvoorwerpen.