ECLI:NL:HR:2004:AP1437
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging overeenkomst door curator in schuldsanering
In deze zaak stond centraal de vraag of de curator in de schuldsanering de tussen eiser en betrokkene gemaakte overeenkomst rechtsgeldig had vernietigd. De curator had de overeenkomst op 18 maart 1999 vernietigd wegens strijdigheid met de Faillissementswet, waarna hij betaling van een bedrag van ƒ 32.618,-- plus rente en kosten vorderde.
De rechtbank Arnhem oordeelde in eerste aanleg dat de curator terecht had gehandeld en veroordeelde eiser tot betaling van het gevorderde bedrag. Eiser stelde hoger beroep in bij het gerechtshof Arnhem, dat het vonnis van de rechtbank grotendeels bekrachtigde. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad concludeerde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep van eiser. De Hoge Raad veroordeelde eiser tevens in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee werd bevestigd dat de curator bevoegd was de overeenkomst te vernietigen op grond van artikel 42 van Pro de Faillissementswet.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de curator de overeenkomst terecht heeft vernietigd.