ECLI:NL:HR:2004:AP1888
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling regeling in nalatenschap voor successierecht volgens artikel 3:172 BW
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd naar aanleiding van de verkrijging uit de nalatenschap van haar moeder, overleden in 1998. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Arnhem. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, stelde de belaste verkrijging lager vast en verminderde de aanslag.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het Hof artikel 3:172 BW Pro had geschonden door te oordelen dat een regeling kan worden afgeleid uit gedragingen, terwijl volgens haar een actieve rol van partijen vereist is. De Hoge Raad verwierp dit en stelde dat een regeling ook kan bestaan uit gedragingen die een overeenkomst tot stand brengen, conform artikel 3:37 BW Pro.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de waardering van feitelijke aard niet in cassatie kan worden getoetst. Klachten over verklaringen die belanghebbende na het overlijden van haar moeder aan zichzelf zou hebben gedaan, faalden eveneens.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 18 juni 2004 door de vice-president en raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.