ECLI:NL:HR:2004:AP1889
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing precariobelasting liggeld woonschepen door gemeente Amsterdam
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag precariobelasting opgelegd door de gemeente Amsterdam voor liggeld van woonschepen. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende stelde in cassatie dat liggeld voor woonschepen een recht is volgens artikel 229 van Pro de Gemeentewet en geen belasting of precariobelasting zoals bedoeld in artikel 228. Hierdoor zou de gemeente niet bevoegd zijn om precariobelasting te heffen over ligplaatsen voor woonschepen.
De Hoge Raad oordeelde dat noch de tekst, noch de strekking of ontstaansgeschiedenis van de artikelen 228 en 229 van de Gemeentewet de conclusie rechtvaardigen dat gemeenten uitsluitend rechten kunnen heffen op grond van artikel 229 en Pro geen precariobelasting op grond van artikel 228. De klachten faalden en het beroep werd ongegrond verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit op 18 juni 2004.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de heffing van precariobelasting voor liggeld woonschepen door de gemeente Amsterdam bevestigd.