ECLI:NL:HR:2004:AP1891
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over WOZ-waardering tussenwoning en verwijst zaak terug
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die volgens het gemeentelijke taxatieverslag als hoekwoning was gewaardeerd terwijl het een tussenwoning betreft. Het Hoofd van de afdeling Financiën van de gemeente handhaafde de beschikking, waarna het Hof het beroep ongegrond verklaarde. Het Hof baseerde zijn oordeel op de gelijkheid van de waarde met de naastgelegen woning en het taxatieverslag met referentieobjecten.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de waarde van de tussenwoning gelijk zou zijn aan die van een hoekwoning en dat het oordeel dat de vastgestelde waarde juist is, niet zelfstandig kan dragen. Eén van de referentieobjecten is immers ook een hoekwoning, wat het oordeel van het Hof ondermijnt.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van de overwegingen van de Hoge Raad. Tevens wordt de gemeente verplicht het griffierecht van belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling.