ECLI:NL:HR:2004:AP2145
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bedreiging met zware mishandeling door zwaaien met vuisten nabij hoofd slachtoffer
Op 12 september 2002 bedreigde de verdachte het slachtoffer terwijl zij met haar dochtertje op de fiets over het trottoir langs zijn woning reed. De verdachte rende met gebalde vuisten boven zijn hoofd zwaaiend op het slachtoffer af en maakte slaande bewegingen richting haar hoofd, terwijl hij dreigende woorden uitsprak.
Het hof oordeelde dat deze gedragingen voldoende waren om te spreken van bedreiging met zware mishandeling, omdat het zwaaien met vuisten nabij het hoofd en het dreigen met geweld ernstige gevolgen kan hebben. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat het hof onjuist had geoordeeld. De Hoge Raad verwierp dit beroep en bevestigde het oordeel van het hof, waarbij werd benadrukt dat het zwaaien met gebalde vuisten op korte afstand van het hoofd van het slachtoffer en de dreiging met zware mishandeling juridisch juist waren beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie faalde en dat er geen reden was om de uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor bedreiging met zware mishandeling en wijst het cassatieberoep af.