ECLI:NL:HR:2004:AP2257
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beperking beroep op verzuimen bij rechtmatigheidstoetsing rechter-commissaris in strafproces
In deze zaak stond centraal of tijdens de terechtzitting in een strafproces beroep kan worden gedaan op verzuimen die zijn gemaakt bij de rechtmatigheidstoetsing door de rechter-commissaris op grond van artikel 59a van het Wetboek van Strafvordering. De verdachte stelde dat het niet kunnen inzien van stukken met betrekking tot zijn inverzekeringstelling door de rechter-commissaris een schending van het beginsel van equality of arms opleverde.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken niet toestaat dat bij de behandeling ter terechtzitting opnieuw beroep wordt gedaan op dergelijke verzuimen. Dit om te voorkomen dat het stelsel op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat artikel 13 EVRM Pro niet vereist dat klachten over de rechtmatigheidstoetsing door de rechter-commissaris aan de zittingsrechter moeten kunnen worden voorgelegd met het oog op artikel 359a Sv.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de verdachte en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest benadrukt de binding aan het gesloten stelsel van rechtsmiddelen en de beperkte mogelijkheden om tijdens de terechtzitting alsnog verzuimen bij de rechter-commissaris aan te voeren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen geen beroep op verzuimen bij de rechtmatigheidstoetsing van de rechter-commissaris tijdens de terechtzitting toestaat.