ECLI:NL:HR:2004:AP2559
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onbruikbaar maken van een paal als erfafscheiding volgens art. 350 Sr
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte is veroordeeld wegens het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van een paal die onderdeel was van een erfafscheiding. Het hof stelde vast dat verdachte op 21 december 2001 een paal uit de grond had getrokken bij een woning in IJlst, waardoor deze paal niet langer bruikbaar was voor zijn bestemming.
De verdachte stelde in cassatie dat het hof een onjuiste uitleg had gegeven aan de term 'onbruikbaar maken' zoals bedoeld in artikel 350 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De Hoge Raad oordeelde echter dat het begrip onbruikbaar maken ook ziet op het onttrekken van een goed aan zijn bestemming zonder het te beschadigen, en dat het oordeel van het hof dat de paal aan zijn bestemming als onderdeel van de erfafscheiding was onttrokken niet onjuist of onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de veroordeling van verdachte tot een geldboete van honderd euro, subsidiair twee dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard.
Deze uitspraak verduidelijkt de uitleg van het begrip onbruikbaar maken in art. 350 Sr Pro en bevestigt dat het onttrekken van een paal aan zijn functie als erfafscheiding strafbaar kan zijn zonder dat sprake hoeft te zijn van beschadiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens onbruikbaar maken van een paal met een geldboete en voorwaardelijke hechtenis.