ECLI:NL:HR:2004:AP4373
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding voor huurder bij achterblijvende veranderingen zonder bijzondere omstandigheden
Dupomex B.V. huurde sinds 1975 een bedrijfspand en bracht diverse veranderingen aan, waaronder uitbreidingen en verhogingen. Na opzegging van de huurovereenkomst in 1999 heeft Dupomex de uitbreidingen gesloopt, maar niet alle veranderingen verwijderd. Dupomex vorderde van de verhuurders, erfgenamen van de oorspronkelijke verhuurder, een schadevergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.
De kantonrechter stond bewijslevering toe, maar de rechtbank vernietigde het vonnis en wees de vordering af. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het wegneemrecht van de huurder, zoals geregeld in het oude art. 7A:1603 BW, inhoudt dat de huurder veranderingen mag wegnemen mits zonder beschadiging. Indien dit niet mogelijk is, kan dit niet automatisch leiden tot een vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.
De Hoge Raad stelt dat alleen bijzondere omstandigheden een vergoeding kunnen rechtvaardigen. In dit geval was er geen bepaling in de huurovereenkomst die een vergoeding toekende en waren er geen bijzondere omstandigheden die een vergoeding rechtvaardigen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Dupomex en bevestigt dat de vordering tot schadevergoeding niet toewijsbaar is.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Dupomex geen vergoeding toekomt voor niet weggenomen veranderingen zonder bijzondere omstandigheden.