ECLI:NL:HR:2004:AP4376
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gelijkheidsbeginsel bij niet-actievenforfait in inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg voor 1999 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 42.410. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bevestigt dat het toekennen van een voordeel aan niet-actieve belastingplichtigen om inkomenspolitieke redenen een geoorloofd overheidsdoel is. De wetgever heeft dit doel uitgewerkt door het niet-actievenforfait te verhogen, wat doeltreffend is omdat het op eenvoudige wijze alle uitkeringsgerechtigden bestrijkt, ondanks dat het in incidentele gevallen zoals deze niet het beoogde resultaat bereikt.
Het Hof oordeelde terecht dat deze regeling niet in strijd is met het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM Pro in verbinding met artikel 1 Eerste Pro Protocol en artikel 26 IVBPR Pro. Alleen ongelijke behandelingen zonder objectieve en redelijke rechtvaardiging zijn verboden. De wetgever heeft ruime beoordelingsvrijheid op fiscaal terrein en koos om redenen van eenvoud en doelmatigheid voor het forfaitaire systeem.
Hoewel in enkele gevallen zoals van belanghebbende het forfait de werkelijke kosten niet volledig dekt, vereist het discriminatieverbod niet dat elke ongelijkheid wordt vermeden. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.