ECLI:NL:HR:2004:AP5258
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijslast bij feitelijke leiding vennootschap in belastingzaak
In deze zaak betrof het een geschil over de plaats van feitelijke leiding van X3 N.V., statutair gevestigd te Curaçao, en de daarmee samenhangende vennootschapsbelastingaanslag over 1995. De Inspecteur had een aanslag opgelegd die na bezwaar werd verminderd, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof stelde vast dat de Inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat de feitelijke leiding niet door het statutaire bestuur werd uitgeoefend, maar vanuit Nederland.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het aan de Inspecteur is om feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waaruit blijkt dat de feitelijke leiding niet door het statutaire bestuur wordt uitgeoefend. Het Hof had dit correct toegepast en de bewijslast juist verdeeld.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het oordeel van het Hof voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk was. Daarnaast wees de Hoge Raad erop dat een feitelijk onderzoek naar de winsttoerekening aan Nederland in cassatie niet aan de orde is.
De Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding. Dit arrest bevestigt de strikte eisen aan de bewijslastverdeling bij het vaststellen van de plaats van feitelijke leiding voor belastingdoeleinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.