ECLI:NL:HR:2004:AP5910
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beperking tariefvermindering verontreinigingsheffing voor biologische zuiveringsinstallaties niet in strijd met gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een bedrijf dat agrarisch-chemische producten vervaardigt en verhandelt, kreeg voor 1997 een aanslag opgelegd in de verontreinigingsheffing rijkswateren. Deze aanslag werd gehandhaafd na bezwaar en het hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat de wetgever door een onderscheid te maken tussen zuiveringsinstallaties van openbare lichamen en die van private eigenaren het discriminatieverbod uit internationale verdragen schond.
De Hoge Raad bevestigde dat zuiveringsinstallaties van openbare lichamen (rwzi's) voornamelijk huishoudelijk afvalwater zuiveren, terwijl private installaties vooral bedrijfsafvalwater verwerken. Hierdoor verschillen zij wezenlijk in samenstelling en reguleringsgevoeligheid. De wetgever heeft binnen zijn beoordelingsvrijheid een redelijke keuze gemaakt door de tariefvermindering te beperken tot openbare lichamen.
De klachten van belanghebbende werden afgewezen en het beroep werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest bevestigt de rechtmatigheid van het onderscheid in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren met betrekking tot tariefvermindering.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het onderscheid in tariefvermindering is niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel.