ECLI:NL:HR:2004:AP9613
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omkering bewijslast en redelijke schatting bij belastingaanslagen
Belanghebbende is aangeslagen voor de jaren 1996, 1997, 1998 en 1995 op basis van een vermoeden van onjuiste aangifte van inkomsten uit frauduleuze handelingen. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat de Inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt van het belastbaar inkomen, waarbij geen kosten in aanmerking zijn genomen omdat deze reeds in de schatting waren verwerkt.
Belanghebbende stelde in cassatie onder meer dat het bedrag van de schatting onjuist was toegerekend aan de jaren 1996 en 1998 en dat de Inspecteur onterecht geen kosten in aanmerking had genomen. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de bewijslast en de redelijke schatting juist heeft toegepast en dat de klachten van belanghebbende geen feitelijke of juridische grondslag bieden voor cassatie.
De Hoge Raad bevestigt dat het vermoeden van onjuiste aangifte en de redelijke schatting van de Inspecteur terecht zijn toegepast en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.