ECLI:NL:HR:2004:AQ3710
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Nietigheid tenlastelegging kinderporno wegens onvoldoende feitelijke omschrijving
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam waarin de inleidende dagvaarding nietig werd verklaard wegens onvoldoende feitelijke omschrijving van de tenlastelegging op grond van artikel 240b oud Sr (kinderporno).
De Hoge Raad oordeelt dat de tenlastelegging, voor zover deze betrekking heeft op afbeeldingen van seksuele gedragingen met personen onder de zestien jaar, voldoende feitelijke betekenis heeft en daarmee voldoet aan artikel 261 Sv Pro. Echter, de meer algemene beschrijvingen van seksuele gedragingen en ontuchtige handelingen zonder nadere feitelijke specificatie zijn te vaag en voldoen niet aan de eisen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het bestreden arrest en het daarbij bevestigde vonnis van de rechtbank voor zover de dagvaarding nietig werd verklaard ten aanzien van het voldoende omschreven deel van de tenlastelegging. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor hernieuwde berechting op basis van de bestaande dagvaarding. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende feitelijke omschrijving tenlastelegging.