ECLI:NL:HR:2004:AQ6918
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over naheffingsaanslagen accijns en verwijst terug naar Hof Arnhem
Belanghebbende, een bedrijf dat handelt in motorbrandstoffen, kreeg meerdere naheffingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1995 tot en met 1999 wegens vermeende tekortkomingen in de accijnsafdracht. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof Leeuwarden. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat belanghebbende niet voldeed aan de bewaarplicht en de verplichting tot het verstrekken van relevante bescheiden volgens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
In cassatie stelde belanghebbende dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd dat de Inspecteur daadwerkelijk om de gevraagde bescheiden had verzocht en dat de stellingen over de volledigheid van de administratie onvoldoende waren beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof onbegrijpelijk was vanwege het ontbreken van een nadere motivering en onvoldoende beoordeling van de door belanghebbende aangevoerde feiten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Leeuwarden en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen in dit arrest. Tevens werd belanghebbende het griffierecht vergoed en de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te Arnhem voor verdere behandeling.