ECLI:NL:HR:2004:AR2110
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsaanvrage wegens ontbreken novum bij TBS-oplegging
De aanvrage tot herziening betrof een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin de aanvrager was veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en ter beschikkingstelling met TBS.
De aanvrage stelde dat het TBS-bevel was gegeven zonder voorafgaand advies van een psychiater, omdat de aanvrager in het Pieter Baan Centrum niet door een psychiater maar door een arts-assistent was onderzocht, en dat deze arts-assistent het advies had opgesteld. Dit werd aangevoerd als een novum in de zin van art. 457 Sv Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat deze stelling niet als novum kan worden aangemerkt omdat het niet is gestaafd en onverenigbaar is met het rapport van het Pieter Baan Centrum dat bij de stukken was gevoegd. De aanvrage voldeed daarmee niet aan de vereisten van art. 457 en Pro 459 Sv en kon niet worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het Gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvrage niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een novum.