ECLI:NL:HR:2004:AR2242
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep vennootschapsbelasting 2001 en 2002
Belanghebbende ontving voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting voor de jaren 2000, 2001 en 2002. Na bezwaar werden deze aanslagen gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep voor 2000 gegrond, maar verwierp de beroepen voor 2001 en 2002.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep ongegrond te verklaren. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee bleef de uitspraak van het Hof Amsterdam voor de jaren 2001 en 2002 in stand, waarbij de aanslagen vennootschapsbelasting gehandhaafd werden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.