ECLI:NL:HR:2004:AR2317
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over schenking uit Familiefonds als andere bevoordeling uit vrijgevigheid
Belanghebbende ontving een uitkering van het Familiefonds, waarop een aanslag in het recht van schenking werd opgelegd. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
Het Hof oordeelde dat de uitkering een materiële schenking vormt die belast is op grond van artikel 1 van Pro de Successiewet 1956, omdat de Descendenten geen lid worden met het oog op persoonlijke uitkeringen, maar om bij te dragen aan het doel van het fonds. De beslissing tot uitkering wordt genomen door de vergadering van het fonds, en er bestaat geen rechtstreeks verband tussen lidmaatschap en uitkering.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatiemiddel af, omdat het Hof zijn feitelijke beoordeling van het familiecontract niet in cassatie kan worden getoetst. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag in het recht van schenking blijft gehandhaafd.