ECLI:NL:HR:2004:AR2942

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 november 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01443/03 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 SvArt. 511h Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in ontnemingszaak wegens formele tekortkomingen

In deze zaak ging het om een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat of subsidiair 45 dagen hechtenis. De betrokkene stelde in cassatie klachten aan de orde die betrekking hadden op de hoofdzaak en niet op het arrest in de ontnemingszaak zelf.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat het geen klacht bevatte over een schending van een rechtsregel of een vormverzuim in het ontnemingsarrest. Daarnaast was de schriftuur niet tijdig ingediend binnen de wettelijke termijn zoals voorgeschreven in art. 437 lid 2 in Pro verbinding met art. 511h Sv.

Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt het belang van het correct en tijdig indienen van cassatiemiddelen en dat klachten zich moeten richten op het bestreden arrest zelf en niet op de hoofdzaak.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens niet voldoen aan cassatievereisten en niet tijdig indienen van de schriftuur.

Uitspraak

9 november 2004
Strafkamer
nr. 01443/03 P
SCR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 februari 2003, nummer 20/000355-02, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een beslissing van de Rechtbank te Roermond van 10 juli 2001 - de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.438,--, subsidiair 45 dagen hechtenis.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingediend.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1. Het in de schriftuur aangevoerde voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, nu het geen klacht bevat over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen. De in de schriftuur vervatte klachten richten zich immers tegen de door het Hof in de hoofdzaak gegeven uitspraak en niet tegen het onderhavige, in de ontnemingszaak gewezen arrest.
3.2. Nu de betrokkene niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, in verbinding met art. 511h Sv, zodat de betrokkene in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 9 november 2004.