ECLI:NL:HR:2004:AR3100
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van aanbetalingen bij ontbinding koopovereenkomst onder landbouwvrijstelling
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1995 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, welke na bezwaar en beroep bij het Hof werd gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat de aanbetalingen die waren gedaan tot het moment van ontbinding van de koopovereenkomst voor landbouwgrond niet als voordeel uit waardevermeerdering van grond konden worden beschouwd op grond van artikel 8 lid 1 onder Pro b Wet IB 1964.
De Hoge Raad toetste dit oordeel en concludeerde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de waarderingen van feitelijke aard niet in cassatie aan de orde konden komen. De overige middelen werden niet verder behandeld omdat ze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee blijft de belastingaanslag gehandhaafd en wordt bevestigd dat aanbetalingen bij ontbinding van een koopovereenkomst onder de landbouwvrijstelling kunnen vallen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.