ECLI:NL:HR:2004:AR3105
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Gevolgen niet-inachtneming kennisgeving boete bij dadelijk invorderbare naheffingsaanslag
Belanghebbende kreeg over de jaren 1996 tot en met 1999 meerdere naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd, elk met een boete van 100% van de nageheven belasting. Tegen deze aanslagen en boetes werd bezwaar gemaakt, waarna belanghebbende in beroep ging tegen het niet tijdig doen van uitspraak door de Inspecteur. De Inspecteur handhaafde daarop de aanslagen en boetes in één geschrift. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde uitspraken van de Inspecteur en matigde de boetes tot 50% van de nageheven belasting, ondanks dat het een boete van 100% passend vond.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet had voldaan aan artikel 67k AWR, omdat belanghebbende niet vooraf in kennis was gesteld van het voornemen tot boeteoplegging en geen gelegenheid had gekregen om te reageren. De Hoge Raad stelde echter dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat de boete gematigd moest worden vanwege het nadeel dat belanghebbende door deze niet-naleving zou hebben geleden, omdat uit de latere beslissing bleek dat de boete ook met kennis van de gegevens niet lager zou zijn geweest.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris van Financiën gegrond, vernietigde het hofarrest behalve de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde beoordeling van de boetehoogte met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor hernieuwde beoordeling van de boetehoogte naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage.