ECLI:NL:HR:2004:AR4002

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
40085
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8b lid 1 sub a Wet IB’64Art. 42a lid 1 en 2 Wet IB’64
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werkruimte mag niet ten laste van de winst worden gebracht volgens Wet IB’64

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1999 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Na bezwaar werd deze verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 102.960. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde het middel en oordeelde dat het Hof op goede gronden een juiste beslissing had genomen. Het middel kon niet tot cassatie leiden. De kern van het geschil betrof de vraag of de werkruimte ten laste van de winst mocht worden gebracht, hetgeen volgens de Hoge Raad niet het geval is op grond van artikel 8b lid 1 sub a Wet IB’64 en de bijtelling van de economische huurwaarde zoals bedoeld in artikel 42a Wet IB’64.

De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee werd de uitspraak van het Hof bevestigd en het standpunt van de Belastingdienst ondersteund dat de werkruimte niet van de winst afgetrokken mag worden.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat werkruimte niet ten laste van de winst mag worden gebracht.

Uitspraak

Nr. 40.085
15 oktober 2004
whk
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 juni 2003, nr. P02/04402, betreffende na te melden aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 102.960.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het Hof heeft op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer D.G. van Vliet als voorzitter, en de raadsheren P. Lourens en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2004.