ECLI:NL:HR:2004:AR4898
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens onvoldoende gemotiveerde klacht tegen bewezenverklaring
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad beoordeelde of de middelen van cassatie aan de wettelijke eisen voldeden. De kern van het cassatiemiddel betrof een algemene klacht dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen zou volgen, zonder nadere motivering of verwijzing naar een specifieke rechtsregel of vormverzuim.
De Hoge Raad oordeelde dat een dergelijke algemene klacht niet toelaatbaar is voor onderzoek in cassatie en derhalve onbesproken moet blijven. Omdat de middelen geen geldige gronden bevatten, werden zij verworpen. Er was ook geen reden voor ambtshalve vernietiging van het arrest.
Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen wegens onvoldoende gemotiveerde klacht tegen de bewezenverklaring.