ECLI:NL:HR:2004:AR5992
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep ongegrond in zaak over AAW/WAO-uitkeringen en Coördinatiewet Sociale Verzekering
Het geschil betreft besluiten van het Bestuur die de AAW/WAO-uitkeringen van belanghebbende hebben geschorst, gekort en gedeeltelijk teruggevorderd over verschillende perioden tussen 1988 en 1998. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten, welke door het Bestuur zijn afgewezen. Vervolgens heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank Haarlem, die het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het beroep eveneens ongegrond verklaarde. Tijdens dit hoger beroep heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het besluit van 19 april 1999 herzien, maar ook tegen dit besluit werd het beroep ongegrond verklaard door de Centrale Raad.
Belanghebbende stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Het middel klaagde over de schending van artikel 6, lid 1, letter c, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. De Hoge Raad oordeelde echter dat de bestreden uitspraak van de Centrale Raad ziet op besluiten die niet op deze wet berusten, maar op de Algemene arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Daarom kon het middel niet tot cassatie leiden.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees geen proceskosten toe. Dit arrest werd uitgesproken op 19 november 2004 door de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens en J.W. van den Berge.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard omdat de Coördinatiewet Sociale Verzekering niet van toepassing is op de bestreden besluiten.