ECLI:NL:HR:2004:AR6887
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing renteaftrek bij ontbeerde realiteit van rentebijschrijving in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van nihil. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat bij rentedragende bijschrijving van rente de kans op aflossing van die rente moet worden geschat.
Belanghebbende stelde in cassatie dat dit oordeel een onjuiste rechtsopvatting was, omdat het niet afwaarderen van een schuld enkel vanwege het onvermogen tot volledige aflossing niet onjuist is. De Hoge Raad oordeelde echter dat de feiten lieten zien dat belanghebbende haar activiteiten uiterlijk in 1994 had gestaakt en sindsdien geen activa meer bezat.
Daaruit volgt dat de vermeende verplichting tot betaling van rente aan de aandeelhouder niet reëel was. Daarom is aftrek van rente niet toegestaan. De overige middelen faalden eveneens, en de Hoge Raad zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en renteaftrek wordt niet toegestaan wegens ontbeerde realiteit van rentebijschrijving.