ECLI:NL:HR:2004:AR7831
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in cassatieberoep over overleveringsuitspraak volgens Overleveringswet
De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een verzoek tot overlevering door Frankrijk. De Overleveringswet, die op 12 mei 2004 in werking trad, is van toepassing op deze zaak. Volgens artikel 29, tweede lid, van de Overleveringswet staat tegen een uitspraak van de rechtbank geen gewoon rechtsmiddel open, behalve cassatie in het belang der wet.
De Hoge Raad overweegt dat het beroep van de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat hij geen middelen van cassatie heeft voorgesteld en het beroep niet is ingesteld in het belang der wet. De Advocaat-Generaal heeft tevens verklaard af te zien van het nemen van een conclusie.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte regeling omtrent rechtsmiddelen tegen overleveringsuitspraak en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 21 december 2004.
Uitkomst: De opgeëiste persoon wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep tegen de overleveringsuitspraak.