ECLI:NL:HR:2004:AR8186
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastbaar voordeel bij vervreemding bedrijfspand zonder vervangingsvoornemen
X B.V. kreeg voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van ƒ 5.570.772. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of het voordeel dat X B.V. behaalde bij de vervreemding van haar bedrijfspand kon worden uitgesloten van de winst, omdat er geen voornemen was tot vervanging van het pand per 31 december 1998. Het Hof oordeelde dat dit niet het geval was en dat het voordeel tot de winst moest worden gerekend.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat het niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat het voordeel uit vervreemding van het bedrijfspand tot de winst behoort zonder vervangingsvoornemen.