ECLI:NL:HR:2004:AR8187
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof in belastingzaak wegens onvoldoende motivering en verwijst terug
Belanghebbende stelde beroep in cassatie tegen het vonnis van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch inzake een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1996. Het Hof had het verzet van belanghebbende tegen eerdere uitspraken ongegrond verklaard, mede omdat een aanvullend beroepschrift niet bij de griffie was ingekomen.
De Hoge Raad constateerde dat het Hof onvoldoende inzicht gaf in zijn overwegingen met betrekking tot de ontvangst van het aanvullend beroepschrift. Het was onduidelijk of het Hof de stelling van belanghebbende dat hij het beroepschrift op 10 januari 2001 aan een griffier had overhandigd, aannam of verwierp. Indien aangenomen, lag het risico van zoekraken niet meer bij belanghebbende. Indien verworpen, ontbrak een deugdelijke motivering.
Verder bleek niet dat belanghebbende de gelegenheid had gekregen zich uit te laten over de bevindingen van de griffier die na sluiting van het onderzoek ter zitting ter kennis van het Hof waren gekomen. Hierdoor was de uitspraak onvoldoende gemotiveerd en niet in stand te houden.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris aan belanghebbende het griffierecht vergoedt dat verband houdt met het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep is gegrond verklaard, de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.