ECLI:NL:HR:2004:AR8189
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake verzet tegen WOZ-beschikking wegens motiveringsgebrek
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde waarde van zijn onroerende zaak voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). De heffingsambtenaar stelde de waarde bij, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Dit verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, maar het Hof verklaarde het verzet ongegrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. Het Hof stelde dat uit de beschikbare informatie bleek dat belanghebbende niet eerder dan 29 maart 2002 contact had met de griffie, terwijl belanghebbende had aangevoerd dat hij in week 8 contact had opgenomen en dat zijn beroepschrift tijdig zou zijn indien het op 29 maart per fax binnenkwam. Het Hof maakte onduidelijk op welke informatie het zich baseerde, en als het ambtshalve informatie had ingewonnen, had het belanghebbende hierover moeten horen.
Daarom is de uitspraak van het Hof niet naar de eis der wet met redenen omkleed en kan deze niet in stand blijven. De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing op het verzet, met inachtneming van dit arrest. Tevens wordt belanghebbende het griffierecht vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling van het verzet tegen de WOZ-beschikking.