ECLI:NL:HR:2005:AQ7390
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Toetsing van kostendekkingspercentage bij legesheffing volgens artikel 229b Gemeentewet
Belanghebbende werd een bedrag aan leges van ƒ 24.420 opgelegd voor de behandeling van een aanvraag voor een bouwvergunning. Tegen deze heffing werd bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar en vervolgens door het Hof ongegrond werd verklaard. Belanghebbende stelde in cassatie dat de toets van artikel 229b, lid 1, Gemeentewet per afzonderlijk belastingmiddel in de verordening moet plaatsvinden, terwijl het Hof oordeelde dat deze toets op het totaal van de in de verordening opgenomen diensten moet worden toegepast.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en wees op de wetsgeschiedenis waaruit blijkt dat de wetgever beoogde dat de kostendekkingsnorm wordt toegepast op het totaal van de geraamde baten en lasten van alle in de verordening opgenomen rechten. Tevens werd vastgesteld dat de doorberekening van indirecte kosten is toegestaan mits deze verband houden met de specifieke dienstverlening. Het Hof had geoordeeld dat dit het geval was en dat er geen onrechtmatige kosten waren doorberekend.
Belanghebbende voerde verder aan dat de tarieven voor verschillende diensten willekeurig waren vastgesteld vanwege grote verschillen in uurtarieven, maar het Hof verwierp dit standpunt omdat de gemeente een deugdelijke verklaring had gegeven. De Hoge Raad vond geen aanleiding om het oordeel van het Hof te vernietigen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de toets van artikel 229b Gemeentewet geldt voor het totaal van de in een verordening opgenomen diensten.