ECLI:NL:HR:2005:AQ7395
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling omzetbelasting bij terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel aan andere onderwijsinstellingen
Belanghebbende, een onderwijsorganisatie, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 1995-1999 wegens het ter beschikking stellen van leraren aan andere onderwijsinstellingen. De naheffingsaanslag werd verminderd door de inspecteur, maar het hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kernvraag is of het ter beschikking stellen van leraren aan andere onderwijsinstellingen onder de btw-vrijstelling valt zoals bedoeld in artikel 13, A, lid 1, onderdeel i, van de Zesde richtlijn. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen over de uitleg van deze richtlijnbepaling en de reikwijdte van het begrip 'onderwijs' en 'met onderwijs nauw samenhangende diensten'.
De Hoge Raad overweegt dat vrijstellingen strikt maar ook doelgericht moeten worden uitgelegd en dat het begrip onderwijs ruim kan worden opgevat om te voorkomen dat btw-heffing leidt tot hogere kosten voor onderwijsinstellingen. Totdat het Hof van Justitie uitspraak doet, wordt het geding geschorst.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 2 december 2005 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële uitleg over de btw-vrijstelling bij terbeschikkingstelling van leraren.