ECLI:NL:HR:2005:AR3719
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt opzet bij onjuiste belastingaangifte privégebruik dienstauto en inkomsten in natura
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte inkomstenbelasting over de jaren 1995 tot en met 1998. Het hof had vastgesteld dat verdachte bewust inkomsten uit privégebruik van een dienstauto en inkomsten in natura, verkregen via tuinonderhoud als tegenprestatie voor het stallen van machines in een schuur, niet had vermeld in zijn aangifte.
Het hof baseerde zijn oordeel op bewijsmiddelen waaruit bleek dat verdachte op de hoogte was van de fiscale consequenties van het privégebruik en de aankoop van de dienstauto onder marktwaarde, en dat hij overleg had met zijn belastingadviseur. Het hof verwierp het verweer dat afspraken met de werkgever over fiscale afwikkeling de eigen aangifteplicht zouden opheffen.
Voorts oordeelde het hof dat de tuinwerkzaamheden als inkomen in natura moesten worden beschouwd en dat artikel 42a Wet IB 1964 (huurwaardeforfait) niet van toepassing was omdat de schuur was verhuurd en niet tot de eigen woning behoorde. Het hof vond het beroep van verdachte op dit artikel niet pleitbaar.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad vond het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onjuist en zag geen aanleiding tot vernietiging of ambtshalve tussenkomst. De veroordeling tot een geldboete werd daarmee bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde de veroordeling van verdachte voor opzettelijk onjuiste belastingaangifte met een geldboete van twintigduizend euro.