ECLI:NL:HR:2005:AR4474
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid cassatieberoep en schadevergoeding na beslag op duiven
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of eiser ontvankelijk was in zijn cassatieberoep tegen verweerders in hun hoedanigheid als medebewindvoerders over het vermogen van een overleden betrokkene. Tevens ging het om de beoordeling van de schadevergoeding die eiser vorderde wegens een conservatoir beslag op 26 duiven.
De procedure begon met een beslaglegging door verweerders op duiven van eiser ter verzekering van een vordering uit een vermeende ruilovereenkomst. Eiser vorderde in reconventie opheffing van het beslag en schadevergoeding. De rechtbank wees de vorderingen in conventie af en kende in reconventie alleen opheffing van het beslag toe. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en verweerders veroordeeld tot betaling van een beperkte schadevergoeding.
De Hoge Raad oordeelde dat eiser niet ontvankelijk was in zijn cassatieberoep voor zover het gericht was tegen verweerders in hun hoedanigheid van medebewindvoerders, omdat de cassatiedagvaarding niet aan de vereisten voldeed na het overlijden van de betrokkene. Wel werd eiser ontvankelijk verklaard voor zover het beroep gericht was tegen verweerder 1 als executeur-testamentair. Daarnaast verwierp de Hoge Raad het middel dat het beslag kweekduiven betrof en dat eiser schade had geleden door gemiste verkoop, omdat de stellingen van eiser innerlijk tegenstrijdig waren.
De Hoge Raad bevestigde dat art. 455 lid 1 Rv Pro niet van toepassing is op conservatoir beslag zoals in deze zaak, en wees de overige klachten af zonder nadere motivering.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard voor zover het cassatieberoep gericht is tegen medebewindvoerders; het beroep is voor het overige verworpen.