ECLI:NL:HR:2005:AR4854
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omgangsregeling en informatieverstrekking na echtscheiding
De vader heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot het vaststellen van een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen uit het ontbonden huwelijk met de moeder. De moeder heeft dit verzoek bestreden. De rechtbank wees het verzoek op 19 juni 2002 af. De vader ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem. Tijdens de mondelinge behandeling op 21 januari 2003 verzocht de vader subsidiair om een verplichting voor de moeder tot het verstrekken van informatie over de kinderen.
Het hof stelde de behandeling aan en liet de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek instellen naar de mogelijkheden van een omgangsregeling, waarbij proefcontacten tussen vader en kinderen werden voorbereid. Na ontvangst van het rapport van de Raad bekrachtigde het hof bij eindbeschikking van 23 maart 2004 het vonnis van de rechtbank en kende het het subsidiaire verzoek tot informatieverstrekking toe.
De vader stelde beroep in cassatie in tegen deze eindbeschikking. De moeder verzocht het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren of af te wijzen. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot omgangsregeling.