ECLI:NL:HR:2005:AR6197
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt verbod op concurrentiebeding wegens onvoldoende motivering
In deze zaak stond centraal de vraag of eiser, voormalig werknemer van Record, een concurrentiebeding had overtreden door na zijn vertrek bij Record in dienst te treden bij D&R Holland B.V., een concurrent in de productie van aluminium cups voor waxinelichtjes. Het hof Arnhem had eiser veroordeeld tot een verbod om gedurende drie jaar werkzaam te zijn in de concurrerende branche, onder verbeurte van dwangsommen.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende inzicht had gegeven in de motivering waarom het concurrentieverbod met de opgelegde inhoud en duur gerechtvaardigd was. Hoewel het hof de wanprestatie van eiser aannam wegens overtreding van het concurrentiebeding, ontbrak een duidelijke rechtvaardiging voor het opleggen van het verbod voor drie jaar.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad veroordeelde de verweersters in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende motivering van het concurrentieverbod.