ECLI:NL:HR:2005:AR6211
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het beroep in cassatie tegen echtscheidingsbeschikking
In deze zaak heeft de man bij de rechtbank te Haarlem een verzoek tot echtscheiding ingediend tegen de vrouw. De rechtbank sprak op 23 december 2003 de echtscheiding uit. De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beschikking, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde bij beschikking van 19 mei 2004 de uitspraak van de rechtbank voor zover het de echtscheiding betrof.
De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen deze beschikking van het hof. De man diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de vrouw af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door de vice-president op 21 januari 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de echtscheidingsbeschikking van het hof blijft in stand.