ECLI:NL:HR:2005:AR6605
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid accijnsheffing op tabaksproducten en verwerpt cassatieberoep
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk onjuist doen van een aangifte accijns verbruiksbelasting over februari 1997. De verdachte gaf een te laag belastbaar bedrag op, waardoor mogelijk te weinig belasting werd geheven.
De verdediging stelde dat het Nederlandse systeem van accijnsheffing op tabaksproducten, dat gebruikmaakt van accijnszegels in combinatie met bijbetaling op aangifte, in strijd zou zijn met artikel 10 van Pro Richtlijn 95/59/EG. Tevens werd verzocht om een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de EU. Het hof verwierp dit verzoek en oordeelde dat de richtlijn ruimte laat voor een combinatie van heffingsmethoden.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en wijst de cassatiemiddelen af. De Hoge Raad stelt dat het wettelijke heffingssysteem niet in strijd is met de richtlijn en dat het hof terecht het verweer van de verdachte heeft verworpen dat zij mocht vertrouwen op vrijstelling van accijnsbetaling. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling tot een geldboete van € 10.000,- blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot een geldboete van € 10.000,- wegens onjuiste aangifte accijns.