ECLI:NL:HR:2005:AR6671
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot cassatie tegen machtiging voortzetting verblijf in psychiatrisch ziekenhuis
De Officier van Justitie heeft op 26 juli 2004 een verzoek ingediend bij de rechtbank Almelo tot het verlenen van een machtiging voor voortzetting van het verblijf van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis, onderbouwd met een geneeskundige verklaring van 22 juli 2004.
Op 3 augustus 2004 heeft de rechtbank verzoeker, zijn advocaat, de behandelend psychiater en psycholoog gehoord en vervolgens de machtiging verleend voor de duur van een jaar. Verzoeker heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de beschikking van de rechtbank. De beschikking is op 28 januari 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de machtiging tot voortzetting van het verblijf in het psychiatrisch ziekenhuis.