ECLI:NL:HR:2005:AR7228
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens ontoereikende motivering afwijzing verzoek dactyloscopisch tegenonderzoek
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor diefstal met braak en inklimming, waarbij zijn vingerafdruk op de plaats delict werd aangetroffen. De verdediging verzocht om een dactyloscopisch tegenonderzoek, stellende dat er mogelijk fouten of vergissingen waren gemaakt bij het oorspronkelijke onderzoek.
Het hof wees dit verzoek af omdat de verdediging niet concreet had aangegeven waar het dactyloscopisch onderzoek tekort zou schieten. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom het verzoek was afgewezen, vooral gezien het ontbreken van ander bewijs en de grote waarde die aan vingerafdrukken wordt toegekend.
De Hoge Raad stelde dat de eis van een eerlijk proces kan vereisen dat een dergelijk verzoek wordt gehonoreerd, afhankelijk van factoren zoals de gronden van het verzoek, het belang van het tegenonderzoek, het tijdstip van indiening en de mogelijkheid om het verzoek eerder te doen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij het verzoek tot tegenonderzoek opnieuw moet worden beoordeeld.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de afwijzing van verzoeken tot aanvullend bewijs in strafzaken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met betrekking tot het verzoek tot dactyloscopisch tegenonderzoek.