ECLI:NL:HR:2005:AR7256
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Belediging kroonprins en echtgenote door gooien met in vloeistof gedrenkte tampon tijdens rijtoer
Op 2 februari 2002 gooide de verdachte tijdens de rijtoer met de Gouden Koets, ter gelegenheid van het huwelijk van Prins Willem-Alexander en Maxima Zorreguieta, een of meer tampons gedrenkt in een onbekende vloeistof naar de Gouden Koets. Hiermee werd de kroonprins en zijn echtgenote in het openbaar door feitelijkheden beledigd, hetgeen strafbaar is gesteld in de artikelen 111 en 112 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank veroordeelde de verdachte, en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze veroordeling en legde een geldboete van honderd euro op, subsidiair twee dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de extra bescherming tegen belediging van de kroonprins en zijn echtgenote zich uit in het vervallen van het klachtvereiste, een hogere strafbedreiging en het niet van toepassing zijn van de strafuitsluitingsgronden uit Titel XVI van Boek II Sr. De Hoge Raad verwierp het middel dat stelde dat de tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig was, omdat het feit in het openbaar en in tegenwoordigheid van de slachtoffers was begaan, wat volgens de Hoge Raad verenigbaar is.
Geen van de middelen tot cassatie kon leiden tot vernietiging van het arrest, en de Hoge Raad verwierp het beroep. De veroordeling bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en de veroordeling voor opzettelijke belediging van de kroonprins en zijn echtgenote blijft in stand.