ECLI:NL:HR:2005:AR7438
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijdrage levensonderhoud ex-partner na echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank Maastricht om de man te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage in haar levensonderhoud. De rechtbank beval een deskundigenonderzoek en veroordeelde de man tot betaling van een bedrag van € 998,32 per maand, met uitsluiting van wettelijke indexeringen over 1998-2002. Zowel de man als de vrouw gingen in hoger beroep bij het hof te 's-Hertogenbosch. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de bijdrage vast op hogere bedragen voor verschillende perioden, eveneens met uitsluiting van wettelijke indexeringen.
De man stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie en verwierp het beroep van de man. Hiermee bleef de bijdrage in levensonderhoud zoals vastgesteld door het hof ongewijzigd.
De uitspraak bevestigt de rechtspraak omtrent de vaststelling van alimentatie na echtscheiding en benadrukt het belang van deskundigenonderzoek en zorgvuldige beoordeling door lagere instanties. De Hoge Raad zag geen reden om in te grijpen in de beoordeling van feiten en omstandigheden door het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof betreffende de bijdrage in levensonderhoud.