ECLI:NL:HR:2005:AR7440
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluitend gezag moeder in internationale teruggeleidingszaak kind
De zaak betreft een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige dochter van Israël naar Nederland, waarbij de Centrale Autoriteit en de vader de teruggeleiding vorderden omdat de moeder het kind zonder toestemming achterhield. De rechtbank had de teruggeleiding bevolen, maar het hof vernietigde dit en wees het verzoek af op grond van de uitleg van het echtscheidingsconvenant waarin was bepaald dat de moeder het uitsluitend gezag over het kind had.
Het hof oordeelde dat het convenant, dat onder Israëlisch recht viel, de moeder het gezag toekende, waarbij slechts voor enkele belangrijke beslissingen gezamenlijke instemming vereist was. De uitspraak van de Israëlische rechtbank die het gezag aan beide ouders toekende, werd door het hof vanwege procedurele gebreken naast zich neergelegd.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof niet onjuist heeft gehandeld door de Israëlische verklaring minder gewicht te geven en dat het hof de uitleg van het convenant correct heeft toegepast, ook al was die uitleg feitelijk van aard en niet aan cassatie onderworpen. Het beroep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de moeder het uitsluitend gezag heeft en het verzoek tot teruggeleiding terecht is afgewezen.