ECLI:NL:HR:2005:AR8024
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke onttrekking minderjarigen aan wettig opzicht ex-echtgenote
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte is veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van twee minderjarige kinderen aan het opzicht van zijn ex-echtgenote. De kinderen waren jonger dan twaalf jaar en de omgangsregeling bepaalde dat zij op een vaste dag bij hun moeder teruggebracht moesten worden.
De verdachte hield zich niet aan deze regeling en bracht de kinderen niet op de afgesproken dag terug, waardoor hij ze aan het wettig gezag van zijn ex-echtgenote onttrok. Het hof kwalificeerde dit als opzettelijke onttrekking aan het opzicht, een strafbaar feit volgens artikel 279 Sr Pro.
De verdediging voerde aan dat de ex-echtgenote als gezagsdrager niet tevens het opzicht kon uitoefenen, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer. De Hoge Raad bevestigde dat degene die het wettig gezag heeft ook het opzicht kan uitoefenen. Het beroep in cassatie werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden op met een proeftijd van twee jaar. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en oordeelde dat het hof het bewezenverklaarde terecht had gekwalificeerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens opzettelijke onttrekking van minderjarige kinderen aan het wettig opzicht van zijn ex-echtgenote.